‘Beste Peter,
Ik ben blij met je brief, met een levensteken van jou, want ik mis je. Ik verheugde mij altijd op je komst, in die rare ‘Schuilhoek’ en verheug mij er evenzeer op dat we nu hier, in mijn kamer, kunnen praten binnenkort. Ik was al een beetje bang, dat een eventuele komst van jou in Amsterdam, afhankelijk zou moeten zijn van één of ander concert. Je zei zoiets toen ik ‘s nachts op de Renkumseweg afscheid van je nam, en toen ik het rode lichtje van je scooter zag verdwijnen peinsde ik erover, hoe je dat bedoelde, of ik je zònder concert dan niet meer zou zien, hier. En van de muziekindustrie heb ik geen weet meer. Het is dag in, dag uit: Brahms, Dworsjak, Beethoven, Brahms, Beethoven, Haydn, Mozart, een beetje Schubert, een beetje Bach, Brahms, Beethoven… Maar laat ik ophouden. Ik wil maar zeggen: een bijzonder concert is er – vergis ik mij niet – in de naaste toekomst niet te verwachten […]‘
Aan de hand van een door Kirsten Roosendaal (De Maan) geschreven tekst wordt gewerkt aan de afzonderlijke film-onderdelen. De tekst omvat een gesprek tussen twee ex-geliefden. Ooit speelden zij samen in hetzelfde ensemble. Ze ontmoeten elkaar na lange tijd om samen op te treden, in wat wordt aangekondigd als een hereniging van beide musici.
toegang vrijwillige bijdrage


