lezers in stilte
Augustinus in Belijdenissen over Ambrosius:
‘Wanneer hij (Ambrosius) las liepen zijn ogen over de bladzijden, en zijn hart doorzocht de betekenis, maar zijn stem en tong rustten. Dikwijls, wanneer wij erbij waren – want het was niet verboden binnen te komen, en het was ook niet de gewoonte iemand aan te dienen – zagen wij hem zo zwijgend lezen en nooit anders.’
Hoewel voorbeelden van lezen in stilte al eerder te vinden zijn, is deze manier van lezen pas in de tiende eeuw gebruikelijk geworden in het Westen.
[…]
Als hardop lezen de norm was van het begin van het geschreven woord, hoe moet het dan zijn geweest als men ging lezen in de grote bibliotheken van de Oudheid? De Assyrische geleerde die in de zevende eeuw voor Christus een van de dertigduizend kleitabletten in de bibliotheek van koning Assurbanipal raadpleegde, de mensen die boekrollen openlegden in de bibliotheken van Alexandrië en Pergamom, Augustinus zelf, op zoek naar een bepaalde tekst in de bibliotheken van Carthago en Rome – ze moeten gewerkt hebben te midden van een massaal gemompel.
[…]
Martialis:
Het vers is van mij; maar vriend, als jij het zegt
Lijkt het van jou, want je verminkt ’t zo slecht
Geschreven woorden zijn, sinds de tijd van de oudste Sumerische kleitabletten, bedoeld geweest om hardop uitgesproken te worden, aangezien de tekens impliciet een specifieke klank bevatten, als een soort ziel. De klassieke zegswijze scripta manet, verba volat – wat in onze tijd is gaan betekenen ‘wat geschreven is, blijft, wat gesproken is, verdwijnt in de lucht’- bedoelde oorspronkelijk precies het tegendeel; deze uitdrukking is ontstaan om het hardop gesproken woord aan te prijzen, omdat het vleugels heeft en kan vliegen, terwijl het zwijgende woord op de pagina bewegingsloos en dood is. Wanneer een lezer een geschreven tekst voor zich kreeg, had hij de plicht stem te geven aan de zwijgende letters, de scripta, en ze zodoende te laten veranderen, met een verfijnde, bijbelse distinctie, in verba, gesproken woorden – geest.
Uit: Alberto Manguel – Een geschiedenis van het lezen (416 pagina’s, Uitgeverij Ambo, 1999
Vertaling van: A History of Reading, 1996)
Over andere boeken van Manguel zie dit boeklog
Lees MEI
Op Hemelvaart – donderdag 13 mei 2010 – vond op Rood|Noot in Utrecht de MEI lezing plaats. Deze estafettelezing nam 10 uur in beslag en werd voorgelezen door bijzonder verschillende mensen, namelijk muzikanten, directeuren, politici, boekhandelaren en natuurlijk doven.
Dit festival heeft dove gedichtvertellers gezocht en vond Arno Roeleveld, Judith Vogels en Merel Springer. Het gedicht MEI van Herman Gorter bestond uit drie delen van veel pagina’s. Elk persoon/voorlezer las één pagina voor. De dove gedichtvertellers kregen elk ook één pagina, die ze vertaald hebben naar gebarenpoëzie. Het gedicht was niet de makkelijkste om te vertalen, omdat er veel oude woorden gebruikt werden en veel verwezen werd naar de Griekse mythologie. De horende voorlezers die mee deden met het gedicht voorlezen, moesten de laatste zin van de vorige spreker herhalen. De doven hebben het anders gedaan. Zij lieten de laatste zin van de ene persoon overvloeien in de eerste zin van de andere persoon. De gebarenpoëzie werd vertaald naar het gesproken Nederlands door de tolk Mariska van Zanten.
Bij het festival leek het alsof dat je in een ander wereld stond, want veel mensen waren kunstenaren. Het festival vond buiten plaats en het was een frisse dag. Toen doven aan het presenteren waren, viel het op dat het publiek groter was dan bij de andere sprekers. Na de
presentatie hebben veel mensen enthousiast gereageerd op doven. De gebarenpoëzie was nieuw voor ze en ze vonden het mooi om te zien. Ze zagen regelmatig verband tussen een gebaar en het gesproken woord.
Het was een fantastische dag en de organisator zei dat zij van plan is om het festival volgende jaar weer te organiseren en hoopt dat dove gedichtvertellers weer komen. Het is zeker ook leuk voor iedereen, die van poëzie houdt, in gesproken Nederlands of gebaren.
[geschreven door Judith Vogels & Arno Roeleveld]
MAN kotst
VROUW Ruim dat op!
MAN Ik ben misselijk.
VROUW Veeg dat weg.
MAN Ik ben kotsmisselijk.
VROUW Varken, komt er nog wat van?
MAN Ik moet braken.
VROUW Je bevuilt mijn huis.
MAN Ik ben kotsmisselijk.
VROUW En ik spuug op jou.
MAN En ik moet kotsen.
VROUW En ik spuug in je bek.
MAN Hou me vast.
VROUW Mietje!
MAN Jij, jij troost mij.
VROUW Ik zal je slaan.
MAN O, jij bent goed.
VROUW Varken, egel!
MAN O, jij!
VROUW Bek dicht, ezel!
MAN Ik moet alweer kotsen.
VROUW slaat Dat bromt.
MAN Au.
VROUW Dat kletst.
MAN Goede vrouw!
VROUW Kreng.
Tagged with: kurt schwitters



