Een kleine voorproef

Op deze plek zal dieper worden ingegaan op de historie
van de voormalige paardenfokkerij en haar directe omgeving.

Spijtig genoeg is er weinig tot niets te vinden in de diverse plaatselijke archieven. Er rest gelukkig nog de mondelinge overlevering.
Op korte termijn zal er meer over de geschiedenis van Rood|Noot te lezen zijn. Nog even geduld alsjeblieft.

Rood|Noot (1880) ligt langs de Vleutensewetering, waarvan een klein gedeelte in de loop der jaren is overgebleven. In 1920 werd een groot deel van deze wetering gedempt. Voordat het Amsterdam-Rijnkanaal werd gegraven en in 1952 werd geopend, liep de Vleutensewetering tot waar nu de Vecht/Oude Gracht begint. De eigenaren van Rood|Noot konden met paard en wagen zonder enig obstakel richting het centrum Utrecht rijden.

vleutensewetering en omgeving
Buiten de Catharijnepoort begon in de Middeleeuwen de stadsweide, waar de Utrechtse burgers hun vee weidden en hakhout vandaan haalden. In 1432 ging het zo slecht met de financiƫn van de stad Utrecht, dat delen van de stadsweide aan particulieren werden verkocht. Die bouwden er boerderijen, waarvan in de 17de en 18de eeuw sommige een nieuwe bestemming kregen als luxe buitenplaats, zoals Leeuwenstein. Langs de rond 1660 gegraven Leidse Rijn en de oudere Vleutensewetering vestigden zich ook bedrijven: houtzaagmolens, brouwerijen en steenbakkerijen. Deze doorgaande waterlopen waren de snelwegen van de 17de eeuw, met regelmatige trekschuitdiensten naar het westen van ons land. Herbergen boden de vermoeide reizigers gelegenheid de benen te strekken: denk aan jaffa en Den Hommel. Tot aan de 20ste eeuw bleven dat trekpleisters voor dagjesmensen. De spoorwegen namen in de 19de eeuw de functie van de trekschuit over, maar de traditie van bedrijvigheid langs het water bleef, zoals de komst van grote machinefabrieken waaronder Hamburger en Jaffa bewijst. De arbeiders die daar werkten moesten ergens wonen: zo ontstonden de woonwijken Lombok, Majellapark en de Schepenbuurt. Meer naar het westen, voorbij het in 1885 geopende Merwedekanaal, in wijken zoals Oog in Al en de Halve Maan, vestigden zich het witteboordenpersoneel. Ook industrie maakte graag gebruik van de goede verbindingen die dit moderne kanaal bood: Douwe Egberts, de Cereolfabriek en de Rijksmunt herinneren daar nog aan. Het deel van de stadsweide richting Maarssen werd industriegebied. De naam daarvan, De Lage Weide, verwijst nog naar het gebruik in de Middeleeuwen. Maar de nadruk in dit deel van de Utrechtse wijken ligt natuurlijk op de mensen, zij maken een wijk, voor hen zijn de scholen, kerken en winkels gebouwd, de wegen aangelegd en de parken ingericht.

zie hier voor de bouwgeschiedenis van Majellapark e.o