Tag Archives: over mei

Ineke Inklaar over MEI

Pagina na pagina staat de tijd stil op boerenerf.
Twaalf uur lang voorleesestafette van Gorters ‘Mei’

Boerderij Rood|Noot houdt stand temidden van oprukkende infrastructuur. De Mei van Gorter blijft overeind in deze tijd van ‘oneliners’. Hans Heesen, organisator van de voorleesestafette van het 100 pagina’s tellende gedicht ziet overeenkomsten.
Treinen denderen voorbij, het gezoem van auto’s op de Gele Brug en de A2 is constant achtergrondgeluid. Maar liefhebbers van poëzie dragen gepassioneerd een pagina voor van de Mei van Gorter. De één na de ander.
De Tachtiger schreef dit gedicht eind 19e eeuw. Hij week af van de heersende dichttraditie: voor hem geen keurige versregels over degelijke onderwerpen. Maar een gedicht dat zintuiglijk en klankrijk het leven beschrijft van de maand Mei, met veel aandacht voor beelden uit de natuur.
‘De meeste mensen kennen alleen de eerste regel – ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’, vertelt Hans Heessen van ‘Stelletje Druktemakers’. ‘Bijna niemand heeft het ooit helemaal gelezen.’ Grappend: ‘Pagina voor pagina moet het samen lukken.’
Daarom organiseert hij de eerste, jaarlijks terugkerende Meilezing. Hij charterde (veelal Utrechtse) musici, dichters, acteurs, schrijvers, vertalers, componisten en boekverkopers om een pagina voor te lezen.
Ze staan – met meidoorncorsage – op een podium, voor een decor dat een opengevouwen boek voorstelt met de dichtregels erop gekriebeld. Van 12.00 tot 24.00 dragen ze voor.
Stadserf Rood|Noot aan de Oude Vleutenseweg, bi de Rode Doos, vindt hij een ideale locatie. Hij wijst naar de vervallen hoeve, de paardenstallen, de hooischelft, de vuurkorven, de gietijzeren punthekken. ‘De boerderij is uit dezelfde tijd als het gedicht. Ze heeft zich gehandhaafd temidden van de oprukkende stad en infrastructuur, net als dat ene gallische dorpje van Asterix. De tijd staat hier stil. Daarom is het een goede plek om aandacht te besteden aan zo’n lang gedicht.

Ineke Inklaar in AD-UN van vrijdag 14 mei 2010

ingmar heytze over MEI

Gisteren [13 mei 2010] werd de Mei van Gorter integraal voorgelezen op de prachtige hoeve Rood|Noot, nabij Leidsche Rijn. Deze paardenfokkerij ligt op een koffiebekerworp van de Douwe Egberts, over de knalgele brug boven het Amsterdam-Rijnkanaal, verstopt in het grijsgewalste vatenstelsel tussen Utrecht en de rest van de wereld. Overal zie je asfalt, witte strepen, spoorrails en stalen bruggen. Rood|Noot is een hardnekkig, landelijk wonder in een omgeving die volkomen is opgeofferd aan de mobiliteit; een antieke parel in de stinkende oester van de nieuwe tijd. Het was aan mij de grote eer om de legendarische eerste regels te mogen voordragen:

‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid.
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht,
In een oud stadje, langs de watergracht –‘
en zo zesendertig regels verder. Tenminste, wat mijn aandeel betrof. Het hele gedicht beslaat meer dan vierduizend regels. In 1888 schreef Gorter over dit gedicht aan een vriend: ‘Het ding is af.’ Met een lamme hand, waarschijnlijk.
Ik kan hier en nu wel toegeven dat ik de Mei nog nooit van mijn leven in zijn geheel heb kunnen lezen. Het lukt me niet. Het is een gedicht als een berg, die ik nog niet heb weten bedwingen. In dat gebergte bevinden zich trouwens nog veel meer klassiekers die als gebonden en ingenaaide schuldgevoelens op de plank staan. Ooit, als de wolken leeg zijn, wordt het alsnog lente. Of meteen maar zomer. En weer zal ik al die cultuurschatten niet gelezen hebben.
Bij de Mei heb ik daar op zich nog wel een zwak excuus voor. Het is bijna niet te doen om een tekst ter lengte van een korte roman te lezen met de concentratie waarmee je normaal gesproken een gedicht leest. De Mei lezen voelt als het gras maaien met een nagelschaartje, of kanoën met twee aan elkaar geplakte theelepeltjes. En toch, voor wie van gedichten houdt, is de Mei als aarde en brood; het hoort bij je, je hebt het nodig, je wilt ermee leven. Daarom was het ook zo’n geweldige actie om de Mei met zijn allen op dat erf voor te lezen in deze vochtige maand. Gisteravond besloot de honderdste voorlezer het grootste gedicht van Nederland met deze woorden:
‘… de golven komen weer
En dalen weer met lachen of geschrei –
Daar ligt bedolven mijne kleine Mei.’