vsevolod garsjin

‘De open plek in het bos was ons aangewezen door de bataljonscommandant, een klein kereltje. En daar waren we heen gerend, dus we konden geen nederlaag hebben geleden. Waarom hebben ze me dan niet afgevoerd? Het is hier immers helemaal open, je kunt alles zien. Ik kan me niet voorstellen dat ik de enige ben die hier ligt, we werden zo fel beschoten. Ik moet mijn hoofd zien om te draaien zodat ik om me heen kan kijken. Dat lukt nu beter, omdat ik hiervoor, bij mijn poging me op te richten – toen ik was bijgekomen en die grashalm met die mier zag die ondersteboven aan het klauteren was – blijkbaar niet in dezelfde houding ben teruggevallen maar op mijn rug terecht ben gekomen. Daarom kan ik nu de sterren zien.’

Vsevolod Garsjin (1855-1888) ‘Vier dagen’